Ondersteuning
Op Mundus ondersteunen we onze leerlingen zo goed mogelijk in hun ontwikkeling. Soms is daar iets extra's voor nodig. Hier lees je wat onze mogelijkheden zijn.
Als een leerling de gestelde doelen niet haalt, kan het zijn dat er voor deze leerling extra ondersteuning nodig is. We hanteren hierbij de ondersteuningsniveaus van passend onderwijs.
Basisondersteuning
Onder de basisondersteuning vallen niveaus 1, 2 en 3. Deze ondersteuning valt onder de verantwoordelijkheid van de school zelf.
Extra ondersteuning
De extra ondersteuning is ondersteuningsniveau 4. Deze ondersteuning kan worden ingevuld door het team passend onderwijs (TPO). Daarbij is van belang dat ondersteuningsniveaus 1 t/m 3 eerst goed georganiseerd zijn. Ondersteuning op niveau 4, komt erbij. Dit is een kwestie van stapelen.
Verwijzing S(B)O
Als blijkt dat ondersteuning op niveau 1 t/m 4 niet voldoende is om de leerling genoeg te kunnen ondersteunen in zijn of haar ontwikkeling, kan er besloten worden om de leerling te verwijzen naar het Speciaal (basis-) onderwijs. Dit gaat altijd in samenwerking met het SWV.
Hieronder worden de verschillende niveaus verder toegelicht.
Ondersteuningsniveau 1 (basisondersteuning)
Het eerste ondersteuningsniveau is gericht op goed onderwijs in de klas. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het geven van kwalitatief goede instructies, het inzetten van effectieve lesmethodes, een goed klassenmanagement en het effectief gebruiken van het leerlingvolgsysteem. Ongeveer 75% van de groep heeft voldoende aan dit aanbod en zal zich onder deze omstandigheden goed ontwikkelen.
Ondersteuningsniveau 2 (basisondersteuning)
Voor ongeveer 25% van de leerlingen is er meer nodig. Dat begint met ondersteuningsniveau 2. Hierbij is aandacht voor een gedifferentieerd aanbod binnen de klas. Dat krijgt vorm door het bieden van een verlengde instructie, compenserende en dispenserende maatregelen, extra begeleiding binnen de klas door stagiair of assistent en eventueel extra uitdagend / verdiepend werk. De administratie van deze ondersteuning wordt verwerkt in de ondersteuningsbehoeften en/of afspraken notitie in Parnassys.
Ondersteuningsniveau 3 (basisondersteuning)
Naast de extra ondersteuning op niveau 2, is er voor ongeveer 10% van de leerlingen nog extra ondersteuning nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. Deze ondersteuning komt boven op de extra ondersteuning die op niveau 2 geboden wordt. Op niveau 3 gaat het om specifieke interventies die worden uitgevoerd of ondersteund door de intern begeleider. Daarbij wordt gebruikgemaakt van specifieke methodes zoals ‘BOUW lezen’, ‘connect lezen’ of in de vorm van een plusgroep. Voor deze ondersteuning maakt de leerkracht een plan van aanpak (handelingsplan) en dit wordt vastgelegd in Parnassys. Ondersteuning op niveau 3 wordt aangevraagd door de leerkracht bij de IB.
Ondersteuningsniveau 4 (extra ondersteuning)
Als er leerlingen zijn die niet voldoende hebben aan de ondersteuning op niveau 1 t/m 3, kan er een aanvraag worden gedaan voor ondersteuningsniveau 4. Dit kan in de vorm van een arrangement. Vanuit het Team Passend Onderwijs (TPO) kan er een expert worden betrokken om te kijken welke ondersteuning nodig is. Mocht er een arrangement worden toegekend, komt er een begeleider vanuit het TPO om de leerling te begeleiden. Voordat een arrangement wordt toegekend, zal er een doelgericht plan moeten zijn. De ondersteuning op niveau 4 wordt ook alleen geboden als er voldaan wordt aan het bieden van ondersteuning op niveau 1 t/m 3. Deze ondersteuning blijft ook gewoon doorlopen.
Tijdens een Breed Ontwikkeling Team overleg (BOT) wordt vastgesteld op welke manier het arrangement wordt ingezet. Ieder halfjaar wordt er een BOT gepland om de ontwikkeling te bespreken en het plan bij te stellen. Bij een leerling die ondersteuning krijgt op niveau 4, wordt ook altijd een OPP opgesteld. Dit doet de Intern Begeleider in samenwerking met de leerkracht.
Verantwoordelijkheden
De leerkracht is verantwoordelijk voor de leerlingondersteuning. De leerkracht heeft het beste zicht op de ontwikkeling en op de ondersteuningsbehoeften. De leerkracht is ook verantwoordelijk voor het invullen van de ondersteuning op niveau 1. 2 en 3. Daarbij wordt de leerkracht waar nodig ondersteund door de Intern Begeleider. De administratie en het monitoren van deze ondersteuning, valt ook onder de verantwoordelijkheid van de leerkracht.
De grenzen van onze ondersteuning
Hoewel we een breed pakket aan basisondersteuning bieden en expert zijn in het begeleiden van nieuwkomers, zijn er situaties waarin de zorgvraag van een kind groter is dan wat wij in de klas kunnen dragen. De grens van onze basisondersteuning wordt bereikt wanneer de veiligheid, de rust of de ontwikkeling van het kind zelf — of die van de medeleerlingen — in het gedrang komt.
We spreken van een grens aan onze ondersteuning in de volgende situaties:
1. Intensieve medische of fysieke zorg
Onze school is toegankelijk voor kinderen met een lichte fysieke beperking. Wij kunnen echter geen intensieve, langdurige medische handelingen of intensieve persoonlijke verzorging (zoals structurele hulp bij toiletgang of sondevoeding) bieden. Hiervoor ontbreekt het ons aan medisch geschoold personeel.
2. Zware of complexe gedragsproblematiek
Wij bieden een zeer veilige en gestructureerde omgeving. Als een leerling echter gedrag laat zien dat de fysieke of emotionele veiligheid in de groep ernstig verstoort — denk aan structurele agressie naar groepsgenoten of leerkrachten, of heftig wegloopgedrag — dan overstijgt dit onze basiszorg. We kunnen een kind niet constant één-opéén begeleiden.
3. Ernstige, meervoudige leerproblemen of ontwikkelingsuitval
Onze focus ligt op het leren van de Nederlandse taal (NT2) en het overbruggen van achterstanden. Als gaandeweg blijkt dat er sprake is van een zeer diepe, algehele ontwikkelingsachterstand of een verstandelijke beperking waardoor het kind niet kan profiteren van ons onderwijsaanbod, dan kunnen wij niet de juiste leeromgeving bieden.
4. Complexe trauma's die specialistische GGZ vereisen
Onze leerkrachten zijn getraind in traumasensitief lesgeven (ondersteunen in de klas), maar wij zijn geen therapeuten. Als een kind kampt met zware psychische problematiek of acute traumaverschijnselen, moet er eerst professionele psychologische hulp of behandeling (GGZ) worden opgestart voordat het kind stabiel genoeg is om bij ons op school te leren. Wij ondersteunen ouders bij het vinden en het doorlopen van het traject naar de juiste hulpinstantie.
Wat gebeurt er als een grens bereikt is?
Het bereiken van een grens betekent nooit dat we het kind zomaar loslaten. Wij trekken altijd vroegtijdig bij ouders aan de bel. Samen met ouders en het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs onderzoeken we wat er wél nodig is. Dit kan betekenen dat we tijdelijk extra specialistische hulp in de klas halen, of dat we samen met ouders op zoek gaan naar een school die beter passend is, zoals het speciaal (basis)onderwijs.